Reisverslag Soedan
22-04-08 t/m 08-05-08

  De 'gevreesde overtocht'
We zagen best een beetje op tegen de overtocht naar Soedan. Gelukkig waren we in goed gezelschap van Andy, Noeleen, Bruce en Sarah. Vroeg in de ochtend zijn we naar de haven gereden. We hebben onze rugzakken moeten pakken met wat spullen voor de overtocht en de eerste nacht in Wadi Halfa. Een man van de River Nile transport company hielp ons oa. met het inleveren van de nummerplaten, het stempelen van de Carnet de passage en van onze paspoorten. Om ongeveer 12.00 uur arriveerden we bij de ferry en barge. De mannen keken gelijk naar de barge waar ze de auto op moesten parkeren. Tot hun grote schik was het een platte boot zonder zijkanten. De barge zou onderin eerst volgeladen worden en later de auto's er bovenop. Het lange wachten kon beginnen. Het was weer eens een hele warme dag. Vervolgens liep de ferry ook al aardig vol met grote hoeveelheden bagage en mensen. Ongelofelijk wat ze allemaal meenemen naar Soedan (vrieskisten, waspoeder, mixers, televisies, dekens). Gelukkig hadden we allemaal een 'first class cabin' en deze viel niet echt tegen. We hadden ons op het ergste voorbereid, door de vele verhalen van andere reizigers. De cabine had een stapelbed, een raam en airco. Het was alleen niet echt schoon en de deur kon niet op slot. Maar we hadden gelukkig een plekje voor onszelf. Andere optie zou zijn, slapen op het dek, tussen alle bagage en mensen. We waren blij met deze veel te dure cabine. Om 16.00 uur konden de auto's op de barge gereden worden. Met knap stuurwerk en veel power kregen we ze op de barge, alle drie de auto's vlak langs elkaar. We hadden onze eigen sjorbanden bij ons om de auto op de barge mee vast te zetten. Veel beter dan de dunne kabels die er op de boot lagen en gebruikt zouden worden. Voor heel even hebben we onze Laro verlaten.
Op de boot hebben we genoten van de laatste koude biertjes uit de vriezer van Bruce and Sarah (in Soedan is alcohol echt verboden). Na een een goede maaltijd zijn we snel naar bed gegaan. We hebben een goede nacht gehad en om half 8 naar buiten gegaan om mooie foto's van Abu Simbel te nemen. Vanaf het voordek, waar we als 'first classers' mochten staan, hadden we een goed uitzicht. Gedurende de hele reis hebben we de toiletten op de boot kunnen vermijden (onze uribags zijn echt heel handig). Om 12.00 uur arriveerden we in Wadi Halfa en waren we in Soedan. Het was echt ongelofelijk warm. Na een controle van onze tassen en paspoorten konden we naar ons hotel. Een hotel was het eigenlijk niet, het waren open en gesloten slaapgedeeltes. We hebben samen met Bruce en Sarah een kamer gedeeld en geslapen op een ropebed. De douche was niet meer dan het vullen van een bak met water uit een grote tank, waar je je mee kon wassen.
We hebben nu echt het gevoel dat we in Afrika zijn. Het is goed merkbaar dat er weinig toeristen in Soedan komen. Hierdoor krijgen we een goed beeld van hoe de mensen daar leven. De Soedanezen zijn heel echt heel vriendelijk (een verademing na Egypte). De auto's waren op tijd in de haven, maar er was een probleem. De barge sloot niet aan op de kade,  waardoor het erg lastig was om ze ervan af te krijgen. Wij hadden het gelukkig niet zo moeilijk, maar de auto van de anderen was een groter probleem. Met de zandladders van Andy is het gelukt, maar het was behoorlijk spannend allemaal.

400 waanzinnige kilometers door de woestijn
Onze reis naar Dongola kon beginnen. Van Wadi Halfa naar Dongola is er geen geasfalteerde weg, maar een gravel weg. Een hele slechte weg met veel corrosie. Op de boot hadden we Philip ontmoet. Een jongen uit Duitsland die met zijn motor (oude 125 CC Yahama) naar Zuid Afrika reist. Omdat de motor vrij licht is voor het rijden door zand, hebben we zijn bagage over de drie auto's verdeeld. We zijn vervolgens met 3 koppels en Philip begonnen aan de rit naar Dongola. De eerste dag zijn we om 14.00 uur vertrokken (na alle douane formaliteiten) en hebben we zo'n 100 kilometer afgelegd. Het eerste stuk vanuit Wadi Halfa is al een beetje  geasfalteerd. Men in druk bezig met de weg van Wadi Halfa naar Dongola. We hebben onderweg in de woestijn regen gehad!!!! Na 10 weken geen regen, hebben we in Soedan regen! Tegen een uur of 18.00 zijn we gestopt een stukje van de weg. Na ongeveer 15 minuten begon een echte zandstorm, allemaal dus de auto's in om af te wachten. Toen na zonsondergang de wind ging liggen hebben we een vuur gemaakt waarop we hebben gekookt. We hadden op de markt in Wadi Halfa wat lams (of schaap) vlees gekocht en samen met wat groenten en aardappelen op de BBQ bereidt.
De volgende ochtend zijn we om 9.00 vertrokken voor de tweede dag. Andy en Noeleen hadden wat meer haast dan wij dus we hadden al besloten dat we niet samen zouden blijven rijden. Na ongeveer 1 uur rijden liep de ketting eraf van de motor van Phillip. Dit probleem was gelukkig snel verholpen. Een paar uur later besloten Andy en Noeleen om samen met Phillip wat meer haast te maken en te proberen Dongola te bereiken. Bruce en Sarah hebben ook geen haast en we hebben dus afscheid genomen van Andy, Noeleen en Phillip.
Tegen een uur of 17:00 besloten we een plek te zoeken om de kamperen. We waren dicht bij de Nijl, dus een plekje aan het water zagen we wel zitten. Uiteindelijk een mooi plekje gevonden op het veld van een boer direct aan de Nijl. Aangezien de Nijl erg laag staat is het moeilijk het water te bereiken, voor het eten zijn we naar beneden geklommen om ons op te frissen in het water. Aangezien we geen zekerheid konden krijgen of er wel of geen krokodillen in dit gedeelte zitten, hebben we besloten maar niet te zwemmen. Met een emmer en de jerrycan hebben we water uit de Nijl gehaald en ons op een strandje gewassen.
Onderweg komen we weinig plaatsjes tegen en er is bijna geen water in flessen te koop. We zijn dus aangewezen op ons waterfilter in de auto. Bruce en Sarah hebben ook een waterfilter, maar deze moet met de hand worden bediend. Met de hitte in Soedan gaan er ongeveer 6 anderhalve liter flessen per koppel door en dit is met de hand niet te doen. Ons filter draait dus overuren en flessen zijn niet aan te slepen.
Op vrijdagochtend de auto's weer ingepakt en onderweg gegaan voor een derde dag met slecht wegdek. We hadden geen haast en ook geen zin om de auto te beschadigen, dus weer rustig aan. De weg was nog steeds erg slecht en op sommige punten leek het of de auto op het punt stond uit elkaar te vallen (alles rammelt dan). Bij het eerste plaatsje dat we tegenkwamen maar weer een colaatje genomen en wat brood gekocht. Om 12:30 uur een mooie grote boom gevonden om onder te lunchen. Na de lunch nog een paar flessen water gevuld, maar toen bleek de tank al leeg te zijn. Bruce herinnerde zich een bron een paar kilometer terug en Bruce en Taco gingen met de auto terug om de tank te vullen. Na een half uur terug rijden vonden we nog steeds geen water. Wat rond gevraagd in een plaatsje, maar geen bronnen. Toen we terug kwamen bij Sarah en Brenda stond daar een vrachtauto onder de boom, weggezakt in het zand. De vrachtwagen was gevuld met ijsblokken en was onderweg van Kartoum naar Wadi Halfa om vis op te halen. De bestuurder en bijrijder hadden de dames gezien en waren van de weg gegaan om gedag te zeggen en wat ijs te brengen, erg aardig, maar nu zaten ze tot hun as in het zand. Met de zandplaten van Bruce en Sarah en onze Landrover hebben we de vrachtwagen uiteindelijk losgekregen, waarna ze heel snel onderweggingen naar Wadi Halfa. Ze moeten weer terug zijn in Kartoum met de vis voordat het ijs is gesmolten. Het was inmiddels 16.00 en we hadden nog 90km te gaan, ook vandaag zouden we Dongola nog niet bereiken.
Na nog een paar uurtjes rijden vonden we een mooie plek in de woestijn, afgeschermd van de weg. Er stond een stevig windje en we plaatste de twee Laro's zo dat we een beetje uit de wind konden zitten. Ondanks de vele liters water die we drinken hadden we toch (vooral Brenda) een aantal symptomen van uitdroging. Dit ontstaat voornamelijk doordat je zoveel zweet en drinkt dat je te veel zout kwijt raakt, waardoor het lichaam het vocht niet meer kan vasthouden. Daarom besloten we met zijn vieren een grote pan uiensoep te maken met veel zout. We hebben heerlijk gegeten en 's avonds voor het slapen gaan nog even de douche (zakwater met een douchkop) gebruikt om ons te wassen (we hadden nog één jerrycan met Nijlwater). We zitten na een dag rijden en zweten helemaal van top tot teen onder het zand, dus een douche is dan zeer welkom.
Zaterdagochtend om een uur of 10 vertrokken voor het laatste stuk naar Dongola. De weg was nu erg zanderig met veel heel fijn stof. Dit stuift zo erg dat je erg helemaal niks meer ziet wanneer er een auto door rijdt. De weg werd iets beter maar ging nu hoofdzakelijk door allemaal kleine dorpjes, de snelheid kwam dus nog steeds niet boven de 25 km per uur uit. De mensen en voornamelijk kinderen komen uit hun huizen gerend om naar ons te zwaaien. Ze willen allemaal dat je stopt, maar als we dat zouden doen zouden we Dongola nooit bereiken.
Na nog een paar uurtjes rijden, begon ongeveer 10 km voor Dongola dan eindelijk het asfalt, wat een verademing!

Dongola 
Dongola is de eerste grotere plaats die we tegen komen en de plaats waar het asfalt begint. Het centrum ligt aan de andere zijde van de Nijl, we steken dus voor het eerst de Nijl over met een veerboot. Terwijl we staan te wachten komt Phillip aanlopen. Zijn motor is ermee opgehouden en hij is de laatste twee dagen bezig geweest zijn motor in Dongola te krijgen (op een pickup). Het probleem lijkt niet zo heel groot (de koelslang is losgekomen). We nemen met z'n allen de veerboot en aan de andere zijde slepen Bruce en Sarah de motor van Phillip naar het hotel. Ook in Dongola geldt, dat je in een hotel per bed betaald en er meerdere bedden in een kamer staan. Gelukkig hebben ze een kamer met 5 bedden, dus deze huren we met zijn allen.
In Dongola eerst even een colaatje genomen en toen op zoek gegaan naar wat eten en internet mogelijkheden. Er is één internetcafé in Dongola en de verbinding is erg snel (sneller dan we in Egypte hadden). We mailen wat en gaan dan terug naar het hotel om de was te doen. 's Ochtends hadden we de was in onze zwarte jerrycan gedaan met water en wasmiddel en deze op het dak gebonden. Na een dag in de zon en veel heen en weer te zijn geschud, is de was dus lekker schoon. Er komt hier niet veel water uit de kraan het duurde even voordat alles was uitgespoeld, de was was echter in 2 uur helemaal droog. Met Phillip, Bruce en Sarah 's avonds wat gegeten. Men eet hier voornamelijk foul (een bonengerecht) en dit is ook het enige wat je in de meeste restaurants kunt krijgen.
Na het eten de motor van Phillip bekeken, doordat de koelvloeistof is weggelopen is de motor oververhit geraakt. Er blijkt geen compressie meer te zijn en we besluiten dat dit een probleem is voor een monteur. We slapen met z'n vijven in de 'hotelkamer' en hebben een redelijke nacht, al blijkt Phillip niet helemaal lekker te zijn.
Zondagochtend zijn we rond 7.00 uu wakker en krijgen een lekker theetje in het hotel en beginnen rustig aan de dag. Phillip blijft wel erg lang liggen en heeft bij het opstaan last van duizelingen. Brenda en Sarah nemen Phillip onder hun hoede en Taco en Bruce gaan met de motor van Phillip opzoek naar een monteur. De eerste monteur ziet er geen brood in, maar belt zijn vriend. Deze komt de motor bekijken en neemt hem mee naar zijn workshop. Taco en Bruce worden achter op een andere motor meegenomen naar de workshop. In de workshop blijkt dat de zuiger is verbrand, de monteur kan een nieuwe zuiger kopen en deze monteren voor ongeveer 160 Soedan pound (50 euro). We betalen hem vast de kosten van de zuiger en spreken af over 6 uur terug te komen. We nemen een tuktuk terug naar het hotel. In het hotel gaat het wat beter met Phillip. Brenda en Sarah hebben een grote pan pasta met tomatensaus en groente voor hem gekookt en hij blijft maar eten. Ook heeft hij ORS gekregen om uitdroging tegen te gaan. Aan het einde van de middag (een paar uur later dan afgesproken, het is Afrika) gaan we met z'n vijven naar de monteur. De motor loopt weer als een zonnetje en ook de afgebroken standaard is gerepareerd. Phillip is helemaal blij en scheurt terug naar het hotel.

Eindelijk in Khartoum
Nu Phillips motor is gemaakt, kunnen we naar Khartoum (de hoofdstad van Soedan). 's Avonds eten we met zijn vijven in de 'hotelkamer' opnieuw een pan zelfgemaakte pasta en kopen vis bij het eettentje naast het hotel. Het is gek maar allemaal hebben we een goed gevoel bij het hotel en het plaatsje Dongola. We voelen ons relaxed en op ons gemak. Het komt waarschijnlijk door de Soedanezen. Ze zijn zo vriendelijk en willen graag een praatje met je maken. Toeristen komen er bijna niet, dus we worden wel aangestaard en nagekeken.
De ochtend voor het vertrek staat in het teken van Sarah's verjaardag. Ze is 30 geworden en we hebben haar verrast met een verjaardagscake, ballon, kaart en slinger. Na de thee en cake, zijn we vertrokken naar Khartoum. Philip rijdt tussen de twee Laro's in en lijkt de koning te rijk, maar niet voor lang. Na ongeveer 100 km doet zijn motor het niet meer door oververhitting. We regelen een lift voor hem en zijn motor naar Khartoum, achter in een Toyota pick-up. We arriveren erg laat op de camping genaamd "Blue Nile Sailing Club", waar tot onze verbazing ook Andy en Noeleen zijn. We besluiten 's avonds om onszelf te trakteren op een maaltijd in een restaurant aan de Nijl. We kletsen bij met Andy en Noeleen, die onderweg in een greppel terecht zijn gekomen en er door een vrachtauto uitgetrokken moesten worden. We zitten vol met verhalen, we hebben ook zoveel meegemaakt.
De volgende dag zijn we met de auto's naar de garage geweest voor nieuwe oliefilter, nieuwe brandstoffilter en het verversen van de olie. 's Middags zijn we naar het punt gewandeld waar de Blauwe en Witte Nijl samenkomen. De Blauwe Nijl start in Ethiopië en de Witte Nijl in Oeganda. Ze komen in Soedan samen en stromen via het Nassar Meer verder door Egypte. 's Avonds alles klaargemaakt voor vertrek, de volgende dag gaan we op weg naar Port Soedan waar we dezelfde ochtend ook nog een travel permit voor moeten regelen. Zonder dit papiertje is het niet mogelijk om naar Port Soedan en Kasala te gaan. Omdat het te ver is van de camping en we zelf ook niet precies weten waar het is, besluiten we met een taxi naar het gebouw te gaan waar we het papier kunnen halen. We hebben het adres in het Arabisch op papier en zo weet de taxichauffeur het te vinden. We gaan het gebouw binnen waar ze onze paspoorten innemen. Vervolgens moeten we in een soort wachtruimte een formulier invullen en wordt ons gezegd dat we een brief moeten halen bij het Ministerie van Toerisme. Met deze brief, kopie paspoort, kopie visum, ingevuld formulier en pasfoto kunnen we de aanvraag indienen. Oftewel het zou wel eens een paar dagen kunnen gaan duren. Opeens wordt Taco door een man weggeroepen. Even later komt hij terug met het verhaal: "dat het niet is toegestaan om in korte broek dit gebouw te betreden. En als we het travel permit willen krijgen, hij zich eerst moet verkleden". Dit lijkt ook voor Bruce te gelden. Sarah en Brenda hebben een lange broek aan. Voor we ons gaan verkleden, gaan we eerst naar het ministerie van Toerisme. Daar worden we hartelijk ontvangen en wordt Bruce meegenomen naar een kantoortje. Na een half uur komt hij terug met een brief waarin in het Arabisch staat dat we toestemming hebben om naar Port Soedan en Kasala af te reizen. Dus we hoeven niet meer terug naar het andere kantoor!!! Vreemd vinden we het wel, maar we zijn erg blij. Terug op de camping eten we een broodje hamburger en gaan we op weg.

Piramides van Meroe
Net voor het donker wordt bereiken we de piramides van Meroe. Eigenlijk is het al gesloten, maar de man besluit ons toch binnen te laten. Na wat onderhandelen betalen we de helft van het entreegeld, omdat het al laat is en we er niet zo lang zullen blijven, gaat hij akkoord. De piramides zijn niet zo groot als de piramides in Egypte, maar de locatie is echt geweldig. Het ligt midden in de woestijn en er is geen toerist te bekennen. Bij de uitgang kopen allebei nog een armband bij een van de stalletjes. De verkopers, hadden de boel al ingepakt, maar toen ze ons zagen hebben ze alles weer uitgepakt. Samen met Bruce, Sarah en Huge (motorrijder uit Engeland), slaan we ons kamp op ergens in de buurt van de piramides. We slapen slecht door de wind en is het zelfs een beetje koud. Er is ons verzekerd dat het weer aan de kust erg aangenaam is. Als we wakker worden zien we dat de verkopers rond onze auto's hun waar hebben uitgestald. We maken een praatje en bedanken ze. Ze blijven vriendelijk en zijn niet opdringerig.

Even een tegenvaller
We nemen afscheid van Huge en leggen die dag zo'n 620 km af in de hitte. Onderweg merken we dat de koppelingscilinder olie lekt. Het is geen grote hoeveelheid dus we besluiten door te rijden. Door de vele politie checkpunten, het vrachtverkeer en de tegenwind, bereiken we pas om zeven uur 's avonds Port Soedan. We rijden direct naar het Hilton Hotel, omdat daar een duikschool is gevestigd en er waarschijnlijk ook kampeermogelijkheden zijn. Helaas, het Hilton is verdwenen en is nu Mecure Hotel. Hetzelfde geldt voor Emperore Divers. Het ziet er naar uit dat we niet kunnen duiken en er geen campingmogelijkheden zijn in Port Soedan. Uiteindelijk krijgen we een telefoonnummer van een vrouw die 30 km buiten Port Soedan een resort heeft. We bellen haar en we kunnen bij haar kamperen. Duiken wordt lastig, omdat de boot in onderhoudt gaat, maar snorkelen is geen probleem. We besluiten op zoek te gaan naar een hotel en morgen naar het 'resort' te gaan kijken. In Port Soedan merken we dat het hier een andere wereld is. De mensen zijn niet zo vriendelijk en de prijzen van de hotels zijn erg hoog. Uiteindelijk slapen we in een smerig hotel voor veel te veel geld en eten een pizza met veel te veel vlees (we balen behoorlijk).

Taco kortbroek en Taco Langbroek
De volgende ochtend arriveren we op onze plaats van bestemming "Soedan Red Sea Resort". Het blijkt gerund te worden door Iman, een Nederlandse vrouw die terug is gekeerd naar Soedan. Nog voordat ze ons kan uitleggen waar we kunnen gaan staan met de auto's, komen er zeker 10 luxe auto's aangereden. Iman zegt vol zenuwen dat het om hoog bezoek gaat. Het blijkt de Gouverneur van Port Soedan te zijn. Hij heeft ook een televisieploeg bij zich, die het leuk vindt dat wij er zijn. Na de nodige foto's met de televisieploeg, maken we ook nog een praatje met de Gouverneur. En we kunnen het niet laten om hem te vragen of we op de foto mogen.
Later die avond tijdens de BBQ met Bruce en Sarah hebben we grote lol. Taco had na het korte broekincident van de dag ervoor, vandaag zijn lange aangedaan. We verklaarde hem een beetje voor gek, omdat we naar het resort zouden gaan en daar echt geen lange broek vereist zou worden. Uiteindelijk bleek de lange broek toch zin te hebben, door het bezoek van de Gouverneur. Sarah en Bruce noemen Taco nu 'Taco kortbroek' of 'Taco langbroek' (op zijn Afrikaans).
Twee dagen hebben we het rustig aan gedaan. 's Ochtends rustig ontbijten, 's middags snorkelen en lezen en al onze indrukken van de afgelopen tijd verwerken. We merken dat we best wel moe zijn. Je zult je wel afvragen waarvan, "jullie hebben toch een jaar vakantie". Het afleggen van de vele kilometers, elke dag je boel in en uitpakken, zoeken naar de juiste plek, het bemachtigen van de juiste papieren, wassen, onderhoud aan de auto en de warmte maakt dat het reizen intensief is. We klagen absoluut niet hoor. We genieten nog steeds met volle teugen. Gelukkig horen we ook van de andere overlanders dat zij hetzelfde ervaren. Wij hebben het grote voordeel dat we niet gebonden zijn aan een strak tijdschema.

Terug in Khartoum
Na de daagjes rust in Port Sudan gaan we weer onderweg voor de lange rit terug naar Soedan. We vertrekken om 8.00 uur vanuit Port Soedan en rijden de 650km terug naar onze kampeerplek bij de piramiden. Onze sporen van een paar dagen ervoor zijn er nog en we kamperen op dezelfde plek. In Port Soedan hebben we nog wat 'Lamb chobs' gekocht en we roosteren deze op de BBQ, samen met pompoen en aardappels. De volgende ochtend worden we wakker terwijl de stalletjes weer worden opgebouwd en de kamelen klaar zitten voor een ritje.
We rijden het laatste stuk naar Khartoum en gaan op zoek naar de Landroverdealer. Bruce en Sarah hebben een lekkage bij de stuurinrichting en wij hebben een lekkage bij het koppeling pendaal. Deze lekkage is een bekend euvel en daarom hebben we vanuit Nederland al een nieuwe koppelingscilinder en hulp cilinder meegenomen.
Het is fijn weer terug te zijn in Karthoum, bij de Blue Nile Sailing Club. Het was voor ons geen verrassing om Philip daar nogmaals te ontmoeten. Zijn motor is nog niet gemaakt en hij lijkt zich op de camping prima te vermaken (de William-burgers zijn erg lekker). Na wat speurwerk vinden we uiteindelijk de Landrovergarage waar de auto's de volgende dag terecht kunnen voor onderhoud.
De Landrovergarage heeft goed werk gedaan en de rekening viel mee. We kregen thee en water en konden er zelfs even gebruik maken van het internet. 's Middags zijn we op weg gegaan naar de grens met Ethiopië. We slapen onderweg in een hotel in Wad Medani, omdat bushcampen niet mogelijk is. 's Avonds vinden we een zeer snelle internetverbinding en eten langs de Nijl. De volgende morgen verlaten we Soedan.

Genoten van Soedan
We hebben ruim 2,5 week in Soedan vertoeft en we hebben er van genoten. De rit van Wadi Halfa naar Dongola was echt geweldig. Hoewel de weg echt verschrikkelijk was, gaf het ons het gevoel dat we echt in Afrika waren. We zijn blij dat we de tijd hebben genomen voor dit mooie stuk van Soedan. We zullen ons verblijf in het Lord-Hotel niet snel vergeten. In Dongola en Khartoum voelden we ons gelijk thuis. Een bezoek aan deze plaatsen is zeker de moeite waard. Port Soedan is minder geschikt voor overlanders, wel mooi voor live-a-board duikvakanties.
Wat ons vooral bij zal blijven is de vriendelijke bevolking en dat we ons veilig hebben gevoeld in Soedan. Je kunt in een restaurant je portemonnee en autosleutels gewoon op tafel leggen en even naar het toilet gaan, zonder dat je je zorgen hoeft te maken of ze er nog liggen als je terug komt. Soedan is een erg schoon land en de delen waar wij doorheen zijn getrokken ook goed ontwikkeld. Van de oorlog in Darfur hebben we niks meegekregen. De mensen in het noorden, midden en zuiden van Soedan praten daar  niet of nauwelijks over. Het land is ook zo groot. (3 dagen nadat wij Khartoum hebben verlaten is de stad door rebellen uit Darfur onder vuur genomen)