Reisverslag Kenia 2
30-06-08 t/m 13-07-08

  Roadtax, welke roadtax?
Aangekomen bij de grensovergang in Busia (van Oeganda terug naar Kenia), beginnen we aan de grensprocedures. We worden er steeds handiger in en hebben geen hulp nodig van de vele mannetjes dat wel aanbieden. We gaan naar de customs voor een exitstamp in de Carnet de Passage en vervolgens naar immigration voor een exitstempel in ons paspoort. In Kenia hoeven we geen visum te halen, omdat deze nog geldig is, wel krijgen we een nieuwe stempel met datum van binnenkomst. We laten opnieuw de Carnet de passage stempelen en dan krijgen we te horen dat we roadtax moeten betalen. Welke roadtax? Toen we de grens van EthiopiŽ naar Kenia passeerden hebben we geen roadtax hoeven te betalen. We vertrouwen het niet helemaal en houden ons van de domme. De man van de customs laat weten dat er een fout is gemaakt bij de vorige grensovergang, want je moet roadtax betalen en voor onze auto is dat 40 dollar. We vertrouwen het toch niet helemaal en de man neemt ons mee naar zijn baas in het kantoor daarnaast. Deze laat ons ook weten dat we dit moeten betalen en noemt ook het bedrag van 40 dollar. We betalen voor de tax en vragen uiteraard om een bon en een bewijs. Dit krijgen we en we rijden Kenia weer in. Het blijkt dat het inderdaad noodzakelijk is om roadtax te betalen in Kenia en dat wanneer je dit niet hebt gedaan, je een boete kunt krijgen. De customs in Moyale (grensovergang van EthiopiŽ naar Kenia) vergeten dit echter nog weleens. We hebben verschillende reizigers gesproken die via deze overgang zijn binnen gekomen en geen roadtax hebben moeten betalen.

Masai Mara National Parc
Van de grens rijden we naar Kisumu, dit is de op 2 na grootste stad van Kenia en ligt aan Lake Victoria. We staan op het Kisumu Beach Resort, het klinkt goed, maar is een vervallen camping die zijn beste tijd heeft gehad. Vanuit Kisumu rijden we door het theegebied (waar we op de borden lezen dat hier ook thee van Unilever vandaan komt) naar de Talek gate van Masai Mara national parc. Het laatste stuk weg naar het park toe is slecht en modderig, we hebben echt moeten off-roaden. We overnachten buiten de gate op Riverside camp en ontmoeten daar een gids van een Overland truck die we al vaker hebben ontmoet. Hij geeft ons wat info en tips over het park, terwijl we schuilen onder onze luifel voor de regen. De regen komt echt met bakken uit de lucht. De volgende ochtend doen we rustig aan en we gaan om 10.00 uur naar de gate. We betalen aan de gate voor ťťn dag (24 uur) en rijden het park in. Meteen zien we verschillende dieren en vooral de wijdheid van het park valt op. Er staan maar weinig bomen en overal zie je het karakteristieke gele gras wuiven. We gaan al vrij snel van de hoofdweg af en draaien een track op. Op de GPS zijn naast de hoofdweg ook veel van de tracks aangegeven, wat heel handig is, want borden met richtingen vind je hier niet. We zien verschillende dieren, olifanten, giraffen, gnoe's en veel soorten bokken en antilopen. De tracks gaan kris-kras door elkaar en worden soms onderbroken door stroompjes en riviertjes, waarvan je sommige wel en andere niet kunt nemen. Het wordt dus toch nog een hele toer om weer terug te komen bij de hoofdweg. We steken 's middags de Mara over en bezoeken de westzijde van het park. We hebben hier niet veel tijd voor want we moeten voor 18:30 uur weer door de gate. Er zijn in Masai Mara geen kampeermogelijkheden, je kunt alleen slapen in hele dure lodges. Wanneer we langs een van de lodges rijden lezen we op het bord "No entry for Overland passengers and lorries", alleen voor $300 - $1000 per nacht ben je welkom. Wij, low-budget-travelers kunnen dus niet in het park slapen, tenzij je gaat stiekem gaat bushcampen . Wijbeskuiten terug te gaan naar de Talek gate en rijden om 18:25 uur weer het park uit. We slapen weer op Riverside camp.

De volgende ochtend staan we om 5:30 uur op en rijden om 6:30 uur het park weer in. We zien wederom veel dieren, maar helaas een leeuw vinden we niet. We rijden verschillende tracks en staan tussen grote groepen zebra's en een hele kudde olifanten. Echt gaaf!!! Tegen 11:00 uur rijden we naar een andere gate en verlaten het park in de richting van Nairobi. Het eerste stuk van de weg is erg slecht en we zijn blij wanneer we na 100 km weer asfalt bereiken.

Olifantjes en giraffen
Als we in Nairobi aankomen, bereiken we net voor sluitingstijd de Landrovergarage Schuhmacher's. We laten even naar de speling kijken die er zit tussen de propshaft en de transferbox. De hoofdmonteur Robbert duikt onder de auto en laat ons weten dat de speling niet erg is. We slapen die nacht op een camping bij de ingang van het National park van Nairobi. Een mooie camping voor grote overlandtrucks, maar wij hebben het gevoel dat we op een parkeerplaats staan. Deze camping ligt wel dicht bij de olifantenopvang en het giraffencentrum dat we de volgende dag gaan bezoeken.
We brengen een bezoek aan het David Sheldrick Wildlife Trust. David Sheldrick heeft voor zijn dood technieken ontwikkelt om jonge olifanten en neushoorns op te vangen, op te voeden en weer in het wild uit te zetten. En zijn werk wordt nog steeds voortgezet. Om 11.00 uur worden de olifantjes in de opvang gevoed en daar mag publiek bij aanwezig zijn. Erg leuk om de olifantjes te zien drinken en spelen. We krijgen veel uitleg en mogen foto's maken. We zijn niet alleen, er zijn een hoop toeristen en schoolkinderen.
Na de olifanten gaan we door naar het Langatta Giraffe Center. Dit is een organisatie die zich richt op het overbrengen van informatie over wilde dieren aan kinderen (voornamelijk scholen). Ook is het mogelijk op ooghoogte te staan met de giraffen en ze eten te geven. Natuurlijk kunnen wij het niet laten om even met ze op de foto te gaan.

Back at Jungle Junction and back at Shuhmacher's
We gaan weer terug naar Jungle junction, de camping waar we eerder hebben gestaan (lekker vertrouwd). Daar treffen we JŁrgen en Esther (ze heet Esther ipv Ista) met hun motorbikes. Sinds EthiopiŽ hebben we ze niet meer gezien. Leuk om ze weer te ontmoeten.
Het weer in Nairobi is niet super. Het regent aan het einde van de dag behoorlijk. Het is heerlijk om dan gebruik te kunnen maken van het huis inclusief keuken bij Jungle Junction. En we laten de was doen (even niet met de hand, maar met de machine). We slaan de nodige boodschappen in en brengen een bezoekje aan de kapper (allebei weer korte koppies)! De tweede dag koken we gezamenlijk en eten met JŁrgen en Esther en een andere overlander uit Duitsland. Heerlijke kippenpoten met groente en rijst. En dan, geheel uit het niets, komen we op Phillip. Jullie weten wel de motorrijder, waarmee wij door Soedan zijn getrokken. Het laatste nieuws is dat hij terug is in Duitsland zonder zijn motor (staat nog ergens in EthiopiŽ) en hij doet vervangende dienstplicht. JŁrgen en Esther hebben een lange mail van hem ontvangen. Het kan dus altijd anders lopen, dan gepland.
Maandagmorgen 7 juli gaan we vroeg op voor onze rit naar de kust. Helaas het wordt een ritje langs de garage, omdat de auto niet wil starten. Met Chris, de eigenaar van de camping, proberen we eerst zelf de auto aan de praat te krijgen. Helaas zonder succes, de startmotor weigert dienst. Na de auto te hebben aangeduwd, rijden we weer naar Shuhmachers. Daar wordt de startmotor gereviseerd en rijden 3 uur later weg. Jullie hebben geluk, want daardoor hebben we nieuwe foto's  en verhalen op de site gezet (ook de problemen met de foto's van een paar dagen geleden, zijn opgelost). Veel leesplezier maar weer. Aan de kust houden we ons een paar dagen stil, want daar zijn niet of nauwelijks internetmogelijkheden op Tiwi-beach.

Witte stranden met wuivende palmen
We zijn gewaarschuwd voor de slechte weg naar de kust, met name de eerste 60 kilometer vanaf Nairobi is erg slecht. We nemen onze tijd en slapen een nachtje bij de Red Elephant lodge. Deze lodge ligt tegen Tsavo East National Park aan en vanaf de camping hebben we uitzicht op een drinkplaats van dieren. Aan het einde van de middag en ochtend gaan we bij de drinkplaats zitten spotten en zien daar de olifanten lopen, verder zien we ook giraffen en nog wat bokkies. 
De volgende ochtend rijden we naar Mombasa en rijden langs de boog met slagtanden, die Mombasa kenmerkt. Elke overlander stopt hier voor een foto. Stoppen en een foto maken met onze Laro kan niet, het is namelijk heel erg druk. We realiseren ons dat de Laro voor de 2e keer in Mombasa is. De vorige eigenaren (Niels en Gemma), zijn hun trip geŽindigd in Kenia en hebben de auto vanuit Mombasa laten verschepen. We nemen een pondje het water over naar de Twiga-beach om op het strand te kamperen. Het ziet er inderdaad heel gaaf uit, witte stranden en wuivende palmen. De auto parkeren we dicht bij het strand, bij onze vrienden JŁrgen en Esther, want zij zijn hier 2 dagen eerder gearriveerd.
Er is bijna niemand op de camping en ook in alle hotels en lodges die aan het strand liggen is het stil. Dit heeft alles te maken met de problemen die eind vorig en begin dit jaar in Kenia zijn geweest. Er zijn maar weinig toeristen die een vakantie hebben geboekt naar Kenia. We merken het voornamelijk aan de verkopers die op het strand die hun waar proberen te verkopen. We kopen daarom elke dag onze groente en fruit bij de "Mango-man" (zoals hij zichzelf noemt) en de vis bij de lokale vissers. Elke dag komen ze hun waar aanbieden en we doen ons tegoed aan inktvis, krab, red snapper en gamba's. We eten elke dag verse vis, heerlijk!!!! Verder doen we niet veel meer dan lezen, kaarten en langs het strand wandelen. We blijven er in totaal 4 nachten en gaan op zondag naar Tanzania.