Reisverslag EthiopiŽ
08-05-08 t/m 31-05-08

  Een andere wereld
We passeren de grens bij het plaatsje Metema. Het regelen van de formaliteiten gaat erg vlotjes en kost voor het eerst niets. Aangezien we al een visum voor EthiopiŽ hebben gehaald in CaÔro, is het een kwestie van het noteren van onze gegevens in een groot boek. Dit alles vindt plaats in een houten hutje dichtgesmeerd met klei. We twijfelen even of we ons Carnet de passage zullen laten stempelen. Van andere overlanders hebben we begrepen dat dit niet hoeft, maar aangezien ons gevraagd werd ons te melden bij de costums in het volgende dorp, is de carnet toch gestempeld (bij het verlaten van EthiopiŽ moeten we dus ook weer een stempel zien te krijgen).
Het laatste stukje weg in Soedan werd al wat heuvelig, maar was volledig geasfalteerd. Nu we de grens over zijn, zijn we in een andere wereld. We rijden door een groen berglandschap en de temperatuur wordt steeds aangenamer naarmate we omhoog klimmen. We stoppen in een klein plaatsje en kopen er een paar biertjes (Ja, we kunnen weer aan de alcohol!!!). Het valt ons nu ook op dat er weer vrouwen op straat lopen en er overal muziek te horen is. En er zijn overal, echt overal mensen en heel veel kinderen. We hebben gelezen dat we in EthiopiŽ als toerist voorzichtiger moeten zijn. Niks buiten de auto laten slingeren en alles op en aan de auto vastmaken met sloten, anders is het weg. Ook roepen kinderen "You You You" en "Feranji"(blanke/vreemdeling) naar ons. Even wennen dus.
De weg is niet erg goed en het lukt ons niet om het plaatsje Gondar te bereiken. We besluiten om ergens bij een boerenfamilie te vragen of we mogen kamperen op het land. We vinden een vlak stukje land net langs de weg, maar wel uit het zicht van passerende auto's. We vragen aan een jong meisje of we mogen kamperen. Op al onze vragen in het Engels zegt ze "ja". We besluiten haar ouders voor de zekerheid ook nog even te vragen, maar het is geen probleem. Nadat we de auto's op een mooi plekje hebben gezet, zoeken we we wat koek, suiker en thee bij elkaar en gaan naar de familie om dit cadeau te doen. De eigenaar van het land is erg blij. Nadat we een potje hebben gekookt komt de eigenaar en zijn dochter naar de auto's samen met een wat oudere man met een geweer. Na wat communicatie met handen en voeten blijkt het dat de man ons komt bewaken. Hij heeft een matje bij zich en gaat in het donker naast de auto's liggen. We geven hem een zaklamp, een deken en een fles water en hij nestelt zich onder de deken. Bruce en Taco drinken na 3 weken onthouding een paar biertjes en daarna duiken ze de daktent in. 's Nachts worden we wakker van allerlei geschuifel om de auto, het blijkt dat er een kudde koeien voorbij komt, onze bewaker schijnt met de zaklamp om niet te worden vertrapt.

Gondar  
We vertrekken de volgende ochtend rustig aan (niet zo vroeg dus) en rijden het laatste stuk naar Gondar. We zijn blij dat we dit niet de avond er voor hebben gedaan, want het is een hele mooi weg en het duurt nog 2,5 uur voordat we in Gondar zijn.
In Gondar worden we opgewacht door vele jongens die ons allemaal willen 'helpen' bij het vinden van een hotel, we hebben een aantal waypoints van hotels met kampeer mogelijkheden, dus gaan zelf onderweg. De digitale kaarten van 'Tracks4Africa' zijn echt zeer gedetailleerd en loodsen ons zo naar het eerste hotel. Het Goah hotel is erg mooi, maar ook erg duur en als we kamperen, hebben we geen beschikking over een douche. We besluiten een ander hotel te proberen. We rijden naar het Terara hotel en vinden daar een mooi plekje onder de bomen voor de auto's waar we kunnen kamperen. De toiletten en douches zijn niet echt schoon (onze normen zijn na 12 weken reizen wat veranderd, dus eigenlijk waren de toiletten en douches ronduit smerig) maar de tuin van het hotel is mooi en koel.
In Gondar vinden we het Quara hotel, dit hotel heeft een groot dakterras waarvan je over Gondar uitkijkt en waar je lekker en niet te duur kunt eten. Uit eten gaan in EthiopiŽ kost zo'n 2 tot 4 euro per persoon, dus we zullen niet te veel koken in EthiopiŽ.
Na 2 nachtjes Gondar was het plan om door te gaan naar de Simmien Mountains, maar omdat er wat buikproblemen waren en we allemaal nog wel een dagje wilden relaxen, hebben we besloten nog een dagje langer te blijven. We gaan met Bruce en Sarah namelijk 4 dagen wandelen in de Simien Mountains.

Op hoogte in de Simien Mountains
Op maandag 12 mei vertrekken we naar de Simmien Mountains, de rit er naar toe gaat over en gravel road en we hebben 3 uurtjes nodig om Debark te bereiken. In Debark kunnen we de toegangkaartjes en andere zaken regelen. In het office krijgen we uitleg over de mogelijkheden en we besluiten met de auto's naar het eerste camp Sankaber (op 3230 meter) te rijden. We 'huren' een gids en een scout (man met geweer), ook huren we tenten, matrasjes en slaapzakken. Aangezien we de scout en gids mee moeten nemen, moeten we onze auto's wat verbouwen (Bruce en Sarah hebben ook een Hardtop met maar plaats voor 2 personen). De rit naar het eerste camp is mooi, maar de auto's moeten behoorlijk werken en hebben duidelijk gebrek aan zuurstof. Onderweg zien we een vos en vele bavianen (Gelada Baboons). Op het camp aangekomen gaan meteen de spijkerbroeken aan en komen de fleecetruien en jassen weer te voorschijn, het is hier koud! We maken samen met Bruce en Sarah een pasta met tonijn en gaan vroeg de daktent in. De nacht is koud en dat beloofd wat voor de andere kampeerplekken die nog eens 400 meter hoger liggen.
De volgende ochtend gaan al onze spullen in zakken en huren we twee ezels en twee ezeldrijvers om onze spullen naar het volgende camp te brengen. We kunnen de Landrovers parkeren bij een bewaker van het kamp en we vertrekken voor de eerste dag lopen.
De eerste wandeling gaat naar Geech op 3600 meter en zal zo'n 6 uur duren. Je merkt bij het klimmen goed dat je hoog zit en het kost behoorlijk wat inspanning om van 3200 naar 3600 meter te klimmen. De uitzichten zijn schitterend en ook komen we veel bavianen tegen.
Wanneer we Geech bereiken zetten we onze tenten op en gaan een uurtje liggen om bij te komen en te schuilen voor de regen en hagel. Tegen 18.00 uur maken we een potje pasta en zoeken wat warmte in een overdekte plaats op het camp waar een paar andere wandelaars een vuurtje hebben gemaakt. We kletsen wat met een andere gids die wat waardevolle tips voor ons heeft voor de rest van EthiopiŽ en gaan daarna de tent in. We kleden ons dik aan en kruipen in de slaapzak, maar het is erg koud en hebben niet zo'n goede nacht op de koude grond (we missen de daktent). Wanneer we de volgende ochtend opstaan is de grond nog wit van de rijp en we koken snel wat water voor thee en koffie. We hoeven de tent niet af te breken, omdat we vanmiddag weer terugkomen op dezelfde plek.
De wandeling vandaag gaat naar een paar mooie pieken, waarvan de hoogste 3990 meter is. Brenda heeft last van hoofdpijn en voelt duizelingen, duidelijke symptomen van hoogteziekte. We maken veel foto's van de uitzichten en de vele bavianen. Wanneer we weer dalen gaat het beter met Brenda's hoofd en we zijn redelijk vroeg weer in het kamp. Aangezien niemand er aan heeft gedacht iets te lezen mee te nemen, duiken we maar even de tent in om wat uurtjes slaap in te halen. 's Avonds eten we 'Piky Paellia' (een recept van Bruce en Sarah, rijst met tonijn maÔs, ui en knoflook). We zijn de enigen op het kamp en kopen dus wat hout voor een vuurtje om op te warmen. Ook kopen we hout voor de scout, gids en ezeldrijvers. Ze hebben weinig bij zich (geen tent en bijna geen eten) en we willen niet dat ze bevriezen. Wanneer we de tent ingaan, gaan we niet in de slaapzak, maar ritsen ze open en leggen ze over ons heen, dit is een stuk warmer en we slapen veel beter.
De volgende ochtend pakken we de tent in en gaan van start voor een zware wandeling naar Chenek. We moeten naar 4070 meter klimmen en dan weer dalen naar 3600 meter. De wandeling is zwaar en Brenda heeft last van de hoogte, maar de uitzichten zijn fantastisch en we zien ook de eerste Wali Ibex (heel ver in de de diepte). Om een uur of 3 komen we aan op het kamp. De ezeldrijvers (die een andere route hebben genomen) hebben de tenten al op gezet, erg aardig, maar ze hadden het schuinste stukje camping uitgezocht dat ze konden vinden. De camping ligt erg mooi en op 100 meter afstand blijkt een grote groep Wali Ibex te zitten. We schieten veel foto's en genieten van het uitzicht. 's Avonds maken we weer een potje pasta (deze keer met tomaat, knoflook, ui en corned beef uit blik). We houden nog een pak spaghetti over en geven dit aan de gids en scout. Ze maken samen met een andere gids er een lekkere pasta van. We slapen beroerd en beginnen gebroken aan de 22 km terug naar Sankaber. De wandeling is zwaar (veel klimmen en dalen) en na een paar uur begint het ook nog te regenen en de blaren op Taco's voeten beginnen nu echt pijn te doen. Zonder verder te rusten of te eten gaan we door en om 13:30 uur bereiken we Sankaber. We halen de auto's op en in de stromende regen en pakken onze spullen er weer in. We rijden met de gids en scout weer naar Debark en leveren onze spullen in. We gaan daarna door naar Gondar waar we om 18:00 uur aankomen.

Weer in Gondar
We besluiten niet naar het Terara hotel te gaan maar het Belegez Pension. We nemen een kamer met douche. Na 4 dagen wandelen is de douche heerlijk. We geven al onze vuile kleding mee aan een paar jongens om ze te laten wassen (niet zo slim misschien...). We spreken een Engels stel dat aan het backpacken is. Ze hebben ook gekampeerd bij de Blue Nile Sailing Club en hebben daar Phillip ontmoet die nog steeds op zijn motor wacht. Ze waren daar tijdens de aanval op Khartoum, ze mochten de camping niet verlaten en het was best spannend, maar echt gevaarlijk was het niet. We zijn blij te horen dat het goed is met Phillip, we maakten ons wel zorgen na de berichten die we kregen over Khartoum.
We gaan met zijn 4-en weer naar het Quara hotel waar we heerlijk eten met wijn en koffie en chocolade cake toe. We slapen goed in het Belegez pension (waar we de auto's binnen hebben kunnen parkeren) en nemen de volgende ochtend een heerlijke omelet als ontbijt. Terwijl we wachten op onze kleding (we beginnen ons een beetje zorgen te maken) komt er een Nederlands stel binnen dat we ergens van kennen. Het blijken Tim en Kim te zijn. Ze zijn een camping begonnen aan Lake Tana en wij hebben hun op TV gezien in een programma van LINK. We hebben ze toen een e-mail gestuurd of we bij hun konden kamperen. Hun camping begint te lopen en we denken erover er langs te gaan. Het plan voor de dag was echter om naar Lalibela te gaan. De rit naar Lalibela is behoorlijk lang maar aangezien onze kleren en nog niet zijn, kunnen we nog niet weg. Om 10.00 uur arriveren eindelijk onze kleren, ze zijn redelijk schoon en droog, maar die van Bruce en Sarah helemaal niet. De prijs blijkt ook 2,5 keer hoger dan afgesproken. Bruce en Sarah besluiten niet te betalen en wij alleen dat wat we hebben afgesproken. De jongens zijn niet blij en er worden wat bedreigingen geuit. We verlaten Gondar en rijden maar snel richting Lalibela.

Verkeerde beslissing
Onderweg naar Lalibela krijgen Bruce en Sarah weer last van een vreemde trilling in de auto. Taco stapt bij Bruce in en Sarah bij Brenda. Aangezien de trillingen bij een bepaalde snelheid voorkomen en soms heel heftig zijn, besluiten we tijdens de lunch de voorwielen te vervangen door de reservewielen. Dit blijkt geen effect te hebben en de trillingen blijven. Bruce en Sarah besluiten bij de afslag naar Lalibela (hier begint de slechte weg naar Lalibela) door te rijden naar Bahir Dar. Wij besluiten, ondanks dat het al laat is toch naar Lalibela te rijden. We hebben 2 waypoints van hotels onderweg, mochten we het niet halen, dan kunnen we daar slapen. De weg is slecht, er wordt gewerkt aan een nieuwe weg, dus de oude wordt niet meer onderhouden en is verschrikkelijk. We denken er over om terug te gaan, maar dan kunnen we een stuk over de nieuwe weg (gravelweg). Daarna wordt de weg steeds slechter, maar het is te laat om terug te gaan (we halen Bahir Dar niet meer voor zonsondergang). We besluiten door te rijden naar het hotel. Aangekomen het plaatsje waar het hotel is, worden we meteen besprongen door allerlei jongeren. Er zijn meerdere hotels, maar de auto moet op straat staan, geen optie gezien de sfeer in het plaatsje. We rijden door en zien een opleidingscentrum met een groot hek en een bewaker. We vragen of we kunnen kamperen, maar dat blijkt niet te mogen. Er zijn echter nog een paar mensen daar (een Amerikaanse leraar en lerares) die ons naar een pension leiden waar de auto binnen kan staan. Het pension heeft vandaag alleen geen elektriciteit. Zoals overal in EthiopiŽ, heeft zich weer een grote menigte gevormd om onze auto, dus we zijn blij wanneer we op de binnenplaats staan. 's Middags gooide kinderen een steen tegen de auto aan. De sfeer is grimmiger dan in de andere delen waar we geweest zijn. We worden gezien als rijke toerist en de mensen vragen ons om geld, eten en kleding. Voor het eerst sinds tijden voelen we ons niet echt op ons gemak.
We besluiten geen kamer te nemen (ziet er niet aantrekkelijk uit) maar te slapen in de tent. In het pension blijkt alleen bier te worden geschonken en het enige licht komt van kaarsen. We informeren naar de weg en krijgen te horen dat het nog 140 km naar Lalibela is en dat de weg niet beter wordt. We gaan naar de auto en halen de kaarten erbij. We besluiten niet door de rijden, de weg is te slecht en als we doorrijden moeten we ook weer terug. Met een gemiddelde van 20 km per uur is dit niet te doen. We eten snel een broodje in de auto en gaan vroeg slapen en rijden de volgende ochtend om 6.15 uur terug. Om 11.00 bereiken we weer het asfalt en het pieken en kraken van de auto houdt eindelijk op. We rijden door naar Bahir Dar en kamperen in de mooie tuin van het Ghion hotel.

Weerzien in Dahir Bar
We zien dat de auto van Bruce en Sarah al is gewassen en horen dat ze op het meer zijn om de kerkjes te bekijken. We gaan in de tuin zitten en bestellen een lekkere lunch met wijn. We zijn behoorlijk moe na de lange rit en zitten heerlijk. Na een uurtje komen Bruce en Sarah aanlopen, ze zijn verbaasd ons te zien en we vertellen hen het hele verhaal. Ze zijn blij dat ze zijn doorgereden. Taco gaat op zoek naar de jongen die de auto van Bruce en Sarah heeft gewassen en na een uurtje is ook onze auto ontdaan van de dikke laag modder. Ook wij gaan even lekker douchen en voelen ons daarna weer een stuk beter. We gaan het een paar dagen rustig aan doen.........
Samen met Bruce en Sarah eten we in het hotel, werken wat aan de website en wisselen onderling foto's uit. We drinken wijn en bier en het wordt een gezellige avond. We hebben enorme lol om de foto's die we hebben gemaakt in de Simien mountains (zie Baboons). Morgenvroeg vertrekken ze naar Addis Abeba en hopen daar hun auto te kunnen repareren.
Ook wij staan vroeg op de volgende morgen voor een boottochtje op Lake Tana. En ook hier staat ons weer een enorme verassing te wachten, Philip arriveert met een kapotte motor. Sarah en Bruce hebben weinig tijd om bij te kletsen, maar zijn wel erg nieuwsgierig naar zijn verhalen over de aanvallen in Khartoum.
Wij hebben een heerlijke ochtend op het meer en bezoeken 3 verschillende kerkjes. Ook zien we de start van de Blue Nile. Aan het einde van de middag komen we terug bij het hotel en kletsen bij met Philip. Hij heeft in totaal 19 nachten op de Blue Nile Sailingclub gestaan!!! De aanvallen en bombardenmeten waren aan de overkant van het water te horen en te zien. Er was een straatverbod opgelegd. In een mum van tijd zijn er in de stad diverse politieposten en checkpunten opgezet. Na 3 dagen was het rustig en hebben de rebellen zich uit de stad teruggetrokken en kon ook Philip Khartoum verlaten. Zijn motor heeft hem tot aan de grens van EthiopiŽ gebracht en begaf het toen weer.

Op de bloemenfarm
Na een lange rit van zo'n 550 km zijn we gisteren (woensdag 21 mei) gearriveerd op de bloemenfarm van Toon en Siska. We hebben daar heerlijk geslapen in een luxe kamer met douche en bad. Taco en Toon hebben een prima avond gehad met bier en het kijken naar het TV-programma TopGear.  Morgen komt Siska en kids vanuit Addis ook naar de farm (de kinderen gaan daar namelijk naar school). We hebben een rondleiding gehad over de farm en het landgoed dat bij de farm hoort. Erg indrukwekkend allemaal en dat dit jonge stel dit weet te runnen. We eten heerlijke dingen die Siska heeft meegebracht uit Addis (oa. meloen met pharmaham, speculaasjes en chips).
De laatste dag op de farm, bezoeken we samen met Siska en de kids het schooltje Mulo Seyo. Gedurende de drie jaar dat Toon en Siska in EthiopiŽ zijn, sponseren ze het plaatselijke schooltje. Hiervoor krijgen ze ook giften vanuit Nederland. Wij brengen er een mooi wandkleed dat de klas van ons neefje Kjeld heeft gemaakt. De muren zijn erg grauw en grijs van de modder, dus dat kan wel een wat kleur gebruiken. Ook geven we een grote doos met pennen af die altijd van pas komen. De kinderen en de leraren zijn blij met de steun die ze vanuit Nederland krijgen.

Warm welkom bij de Grannies in Addis
Vrijdag 23 mei bezoeken we het eerste project van WorldGranny, Voluntas Dei Institute. Kijk voor het volledige verslag en foto's op onze website onder het kopje WorldGranny!

Brie met stokbrood
Na ons bezoek aan de farm rijden we naar Addis, waar we rechtstreeks doorrijden naar Bambies. Dit is een grote supermarkt met allerlei westerse producten. We laden een winkelwagen vol met boodschappen. We hebben vers stokbrood en brie gekocht (overigens niet goedkoop). We kunnen niet wachten totdat we bij de auto zijn, en op de parkeerplaats eten we ons broodje brie. Geloof het of niet, maar dit was echt genieten. Zo lekker!!! We missen wel eens de goed gevulde supermarkten uit Europa, waar echt alles te krijgen is. Ook genieten we van yoghurt en melk en de vele andere lekkernijen die we inslaan.
We gaan op aanraden van Toon en Siska eten bij een Koreaans en Italiaans restaurant. Ook hier smullen we van al het lekkere eten. Vooral Taco eet meer als anders. Hij is gedurende de reis ruim 8 kilo afgevallen!!!
Tijdens de 3 dagen in Addis staan we bij Mister Adams Cozy Place. Dit is een Bed & Breakfast dat redelijk centraal ligt en waar we op de oprit (binnen het hek) kunnen kamperen. Het blijkt dat Guy en Marleen (het Belgische stel dat we in JordaniŽ hebben ontmoet) hier 2 maanden hebben gekampeerd, omdat ze geen visum voor Soedan konden krijgen. De eigenaar van de B&B vond het leuk te horen dat we hen ook hadden ontmoet.
We hebben ook weer eens naar de route gekeken. Dit vraagt zo nu en dan wat uurtjes tijd. We zitten dan met alle kaarten, mappen en reisgidsen op tafel en zetten de route uit. Wat willen we zien in Zuid EthiopiŽ en wat doen we met Noord Kenia? Er wordt in het noorden van Kenia vanwege bandieten nog steeds in konvooi gereden. Omdat de weg ook erg slecht is willen we proberen om deze route samen met een ander koppel te doen (misschien met Bruce en Sarah).

Verkeerde Carnet de Passages
Onze laatste dag in Addis regelen we ons visum voor Kenia. We wandelen naar de ambassade en kunnen ons paspoort met visum 's middags weer ophalen. Ook besluiten we ons Carnet nu al te laten stempelen, omdat we nog niet zeker weten of we EthiopiŽ via de Omo Valley zullen verlaten. Bij het grensplaatsje Omoerate (Omo Valley route) is het niet mogelijk om het Carnet te laten stempelen. Na een wandeling van 2 uur door de binnenstad van Addis, bereiken we de Customs. We halen onze papieren uit onze tas en zien tot onze grote verbazing dat wij het Carnet (het belangrijkste document voor de auto) van Bruce en Sarah hebben!!!! Hopelijk hebben zij ons Carnet???? Tijdens de grensovergang van EthiopiŽ moeten Bruce en Taco dit verwisseld hebben. Omdat Bruce en Sarah niet meer in Addis zijn en de telefoon van ons en die van hun niet werkt, zoeken we contact via mail. We krijgen een mail terug en spreken af elkaar weer in het zuiden te ontmoeten.

Arba Minch
We zakken af via Lake Ziway en Lake Langano naar Lake Awasa. Langs deze route zijn veel boeren en agrariŽrs te vinden. Het klimaat is hier goed voor het verbouwen van groente en fruit. We slapen bij Adenium campsite, gerund door een Duitse vrouw en haar Ethiopische man. We arriveren er om een uur of drie in de middag en worden getrakteerd op een ware koffieceremonie. Eerst worden de koffiebonen gewassen, vervolgens geroosterd en daarna vermalen. Vervolgens wordt er koffie van gezet op een met houtskoolvuurtje. Zo'n ceremonie is heel gebruikelijk in EthiopiŽ en kost zeker een half uur tot driekwartier voordat je een heerlijk bakkie koffie hebt. We kletsen met de Duitse eigenaresse over het runnen van haar camping en zij laat ons weten dat ze wil stopen (problemen met de buren en weinig medewerking van de overheid). We zullen een van de laatste gasten zijn. 's Avonds regent het flink. Samen met 4 jongelui van de Peace Corps eten we onder het afdak een lekkere maaltijd (soep, salade en gebakken aardappels). We besluiten vroeg naar bed te gaan, het is nat en koud.
De weg naar Arbra Minch is vreselijk. Er zitten veel gaten in de weg en er loopt veel vee en volk op de weg. We moeten regelmatig stoppen omdat het vee niet aan de kant gaat. Eindelijk arriveren we in Arbra Minch en slapen bij het Bekela Mola Hotel in de tuin en hebben een prachtig uitzicht over de het meer en de vallei. In de tuin staat ook e auto van Bruce en Sarah en we ontmoeten ze op het terras van het hotel. We wisselen onze verhalen uit en eten  op het terras een maaltijd. We besluiten samen naar de grens met Kenia te rijden en vervolgens door te rijden naar Nairobi. En we wisselen de autopapieren!!!!!
De volgende dag is Brenda druk in de weer met de was en maakt Taco de auto weer in orde. Door de slechte weg is het achterpaneel wat losgekomen (waar het reservewiel aanhangt). We verstevigen dit met een extra ijzeren plaat aan de binnenkant van de auto. De rest van de dag lezen we over Kenia en rusten wat uit op het terras van het hotel.

Echt Ethiopisch plaatsje??
Op vrijdag 30 mei rijden we van Arba Minch naar Konso, om daar een kijkje te nemen bij een van de stammen uit de Omo valley. We arriveren om 12:00 uur in Konso en gaan opzoek naar het Tourism office. Na lang zoeken vinden we deze en het blijkt middag pauze. Inmiddels hebben we al een gids opgepikt en deze weet waar de persoon woont waar we het permit van moeten hebben. Ook horen we natuurlijk weer verschillende prijzen (het is in EthiopiŽ een nationale sport om toeristen zo veel mogelijk geld afhandig te maken) en duurt het even voor we alles hebben geregeld. We halen nog even brood (waar we in eerste instantie ook weer het dubbele voor moeten betalen) en gaan dan naar een hotelletje waar we vriendelijk worden ontvangen en op de parkeerplaats mogen kamperen. We krijgen de sleutel van een kamer, zodat we daar kunnen douchen.

Na de lunch gaan we met onze gids naar Mecheke, een rit van 18 km 'off-the-road'. Aangekomen bij het dorpje, loopt dit dorp meteen helemaal uit. Wat meteen opval is dat de stammen niet meer in traditionele kleding lopen, maar dit hebben ingeruild voor oude en vieze 'westerse' kleding. Van het werkelijke leven in het dorp zien we weinig, iedereen stop waar hij of zij mee bezig is en komt om ons heen staan. Hier en daar lijkt het of er nog bedrijvigheid is, maar dit blijkt al snel in scene te zijn gezet in de hoop dat we er een foto van maken, die dan natuurlijk betaald moet worden. Ook blijkt de politie agent, die met ons meeliep, snel verdwenen wanneer we aangeven niet te willen betalen voor zijn diensten (af en toe geeft hij een kind een mep wanneer de te dichtbij komt). Onze gids vertelt over het leven in het dorp en doet zijn best, maar we houden gemengde gevoelens over aan ons bezoek.

Naar Kenia
Op zaterdag 31 mei vertrekken we vanuit Konso naar Kenia. De weg van Konso naar Yabelo (waar we de hoofdroute naar de grens weer oppakken) is een tijdje gesloten geweest vanwege onrusten tussen verschillende stammen, maar blijkt nu weer open. We vertrekken vroeg uit Konso en de weg blijkt een goede gravelroad te zijn waarop we geen ander verkeer tegenkomen. Op een gegeven moment moeten we stoppen voor een houten brug, er steekt een dikke plank omhoog en we weten niet of we erover kunnen. Ook zien we aan de overkant een groepje mannen met speren die sporen aan het zoeken zijn. Taco loopt de brug op om de planken goed te leggen en Bruce loopt naar de mannen om te vragen welk dier ze aan het jagen zijn. Wanneer Bruce terugkomt ziet hij er wat geschrokken uit. De mannen zijn niet aan het jagen op dieren, maar op een groep mannen van een andere stam. Ook hebben ze niet alleen speren bij zich, maar ook geweren. We besluiten maar snel door te rijden en de vaart er in te houden. De weg is erg mooi en we zien veel wild (Dik-Diks en andere antilopen). Ook komen we nog een groep mannen tegen met geweren en speren, dit zal wel de groep van de andere stam zijn.......

Na twee uur rijden bereiken we Yabelo, waar we de grote weg richting de grens weer op gaan. We bereiken de Ethiopische zijde van Moyale tegen 13:00 uur. We gooien de tank nog even vol (in Kenia is de diesel 1,5 keer zo duur) en gaan op zoek naar de Douane en Customs.

Trap na van EthiopiŽ
Zowel Bruce en Sarah als wij zijn verheugd EthiopiŽ te verlaten. Het is een heel mooi land, maar de inwoners maken het erg vermoeiend om er doorheen te reizen. Ook in Moyale komen natuurlijk overal de geldwisselaars te voorschijn en we informeren naar de koers om Birr te wisselen naar Keniaanse Schillingen. Natuurlijk is de koers super slecht en we besluiten eerst maar de benodigde stempels te halen. Dit gaat vrij gemakkelijk, wanneer we bij de customs staan, komt een van de geldwisselaars binnen er praat wat met de beambte. Deze beambte vraagt ons vervolgens, dat als we nog geld willen wissel, dit bij deze man kan (even voor de duidelijkheid, geld wisselen buiten de bank is strafbaar).

Wanneer we weer buitenkomen is de koers nog steeds te slecht en we besluiten het in Kenia te proberen. Dan begint een van de geldwisselaars tegen de douane te roepen dat we het land niet uit mogen omdat we nog Birr hebben. De douane weigert vervolgens ons het land uit te laten, zonder hier overigens een reden voor te geven. Het is dus duidelijk dat de geldwisselaars hier de touwtjes in handen hebben en niet de overheid. Het blijkt dat vanwege de snel dalende koers van de Birr het inderdaad niet is toegestaan geld uit te voeren. Dit wordt echter niet door de douane gecontroleerd, maar de geldwisselaars gebruiken het natuurlijk wel in hun voordeel. Uiteindelijk gaan we in zee met een geldwisselaar die toch nog een redelijke koers wil betalen en we zijn blij wanneer we EthiopiŽ kunnen verlaten!